20 jaar (en een ochtend)

Die ochtend scheen de zon pas laat op de Pariser Platz. Het was kil, het schrale licht maakte pijnlijk wakker. Een verschil was het wel.

’s Avonds nog, toen in het donker de grond sneller onder je door leek te schieten als je liep, ’s avonds was de spanning niet te houden. Ze liepen vooraan, sommigen gearmd, en ze telden de seconden af. Nog even en ik ben in West. Of: nog even en ik ben er geweest. Veel maakte het niet uit. Stap voor stap ging een grens open.

Een minuut of tien later stonden ze bovenop die grens. Sommigen hadden de vooruitziende blik gehad drank mee te nemen. Flessen werden vanaf en over de muur aan elkaar doorgegeven. Onwennig keken ze elkaar aan, hieven de flessen. Op een nieuw land. Op een nieuwe opening.

Zo veel vrijheid dat er niet genoeg emoties voor beschikbaar waren. Zo veel zuurstof dat je lichaam alles direct verbrandde, je dreigde te exploderen – Einstein wist niet hoe je de energie vrij moest krijgen die potentieel in een mens zat, de energie van honderden atoombommen, en je voelde hem ook nu, die energie, en dat hij uit wilde breken. Nog steeds niet wetend hoe.

Geblust en overgoten werd het. Tot weinigen nog wisten wat West of Oost was. Met iedereen was je één. Met iedereen. Met iedereen. En de hele nacht bleef dat herhalen. En bleef een ritme, een golf door de mensen gaan. Als iemand even bang werd dat de golf ging liggen, wekte een ander hem weer op. Een zee waren ze, kijk dan: ook mensen kunnen het, een zee zijn en elkaar begrijpen zonder woorden. Iedereen was één. Met iedereen.

Maar los van elkaar werden ze weer wakker. Als eenzame dauwdruppels. Sommigen liepen verdwaasd heen en weer, heen en weer, onder de Tor door, omdat dat zo lang niet had gekund. Maar het liefst keek je naar de grond. Want wat gisteren een zee leek, was nu weer harde steen en verkleumde mensenlijven. En waar moest je straks heen? Naar huis. Dat stond hoe dan ook nog steeds in Oost, of in West. En toen begon het pas. Een nieuwe opening. Een nieuwe leegte.

En nu nog steeds loop je met een boog om de Brandenburger Tor heen. Zoals je zo lang moest doen. Niet eronderdoor. Want wat nou als hij er stiekem toch nog staat? Misschien onzichtbaar, maar net zo schadelijk. Nog erger: pas achteraf zou je merken dat je iets had gedaan wat niet mocht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *