Drżenie (nasz dom)

Soms zijn personages als vrienden. Je leert elkaar kennen, er is een klik, je spreekt vaker af, je deelt tijd en ervaringen met elkaar. Soms denk je aan ze, soms vergeet je ze een tijdje. En soms verlies je elkaar uit het oog.

Max en Ischa waren twee belangrijke personages tijdens mijn opleiding. Ik leerde ze kennen in de trein naar Zwolle, als echte mensen, kinderen, broer en zusje met een moeder die hun niet in bedwang kon houden. Max was onstuimig en eigenwijs, Ischa deed niets liever dan met zich laten sollen, door Max. Hoe harder, hoe beter. Ik schreef een blogje over hun, meer niet.

Maar die broer en zus, zo onlosmakelijk naast elkaar, bleven in mijn hoofd. Na die eerste blog werden ze nu de afzenders van een serie korte, abstracte brieven naar elkaar, over een verleden dat niet achtergelaten kon worden. Het werd de opening van mijn dichtbundel. Niet lang daarna vonden ze hun definitieve vorm: als twee jongeren, pubers wellicht, niet meer als broer en zus maar als geliefden, in dialoog over een aardbeving in Turkije, Ischa’s laatste voicemailberichtjes aan Max, en het huis van herinneringen dat ze bouwde voor hem.

Dat stuk heette Tril (ons huis), ik schreef het voor het vak Jeugdtheater. Het werd eenmalig voorgelezen, ik vertaalde het zelfs nog naar het Engels voor een internationale conferentie in 2006 waar ik aan deelnam, en dat was het. We verloren elkaar uit het oog.

Wat je soms hebt met een heel goede vriend, een zielsverwant, is dat je elkaar jarenlang niet spreekt, en dan opeens aan de ander moet denken, en dat diegene dan een dag later jou belt. Omdat ie aan je moest denken. Bizar. Hetzelfde had ik afgelopen week met Max en Ischa. Woensdagmiddag dacht ik aan ze toen ik een gesprek in ging over jeugdtheater, ik las voor het eerst sinds vier jaar weer hun dialogen. En nog diezelfde avond kreeg ik een mailtje, van ene Adam uit Polen. Of ik hem nog kende van Berlijn 2006. En dat hij graag mijn toen vertaalde stuk Tremble (our home) eenmalig wil opvoeren, tijdens een theaterfestival in maart, in Warschau. Hij had het stuk zelfs al vertaald naar het Pools. Hij stuurde mij de tekst. Het heette nu Drżenie (nasz dom).

En zo zagen we elkaar weer terug, Max, Ischa en ik. Binnenkort zet ik de complete Nederlandse tekst op deze website. Wat doen jullie nou weer in Polen, wilde ik Max en Ischa vragen, maar Ischa antwoordde alleen maar met de laatste woorden van haar laatste voicemailbericht aan Max: Widzę cię kiedy zamykam oczy i wtedy nie mogę zrobić nic tylko się uśmiechnąć. Ik zie je voor me als ik mijn ogen sluit en dan moet ik lachen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *