Mozes

Eerst was er een woord:
ik,
dat dorstte en hongerde,
mij geselde en
toen liet ontsnappen, en nu
stormtachter mij, achter de woestijn, bijna al
is waar ik ben.

Jij,
het einde van het water, ziet mij wachten,
mijn staf aarzelend geheven, ik ben
het woord gebleven dat zweeft
in het wit tussen de regels.
Nu

moet jij me zien,
en de adem halen die je had gespaard,
wees mijn later,
wijs mij het midden,
splijt daar de zee,
kijk me na, kijk naar me,
sta me naast, sta naast me.
En als ik voet zet op jouw strand,
verzwelg dan die ik was,
trek me zachtjes
naar de bodem.


Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *