Niet vergeten willen worden, 2

Het voetlicht is hard en kil. Soms kies je ervoor, soms niet. In dit geval hebben we het alleen over bewuste daden. Een man besluit om er alles aan te doen de belangrijkste mens van Italië te worden. Een andere man maakt op een zondagochtend op een plein in Milaan een heel ander besluit. Beiden wisten aan het begin dat de camera’s zouden flitsen.

De reactie van Silvio Berlusconi op de geweldsdaad jegens hem, zondag 13 december 2009, vertoonde megalomane trekjes – hoe kwetsbaar een mens in zo’n situatie ook is. De manier waarop hij zijn limousine weer uit klom en zich koste wat kost wilde tonen aan het publiek, liet een verlangen zien dat zich vaker bij hem manifesteert: opvallen, gezien willen worden, niet vergeten willen worden. Al vaker liet hij dit opzichtig merken. Denk bijvoorbeeld aan de 60e verjaardag van de NAVO,  zijn lange telefoongesprek aan de oever van de Rijn, terwijl het gezicht van de wachtende Angela Merkel steeds grimmiger werd. Hij leek verdiept in het gesprek, maar je zag de radertjes in zijn hoofd op volle toeren draaien: ik ben in beeld, ik flik het weer, ik word niet vergeten.

Misschien lukt het hem, Berlusconi, om als praeses van een mega-voetbalclub, eigenaar van driekwart van de Italiaanse publieke omroep, en behoorlijk langzittende premier van Italië, de geschiedenisboeken in te gaan. Maar een historisch personage? Terechtkomen in een canon van de geschiedenis? Daarvoor lijkt hij zijn leven te veel hebben bevuild met smeergeld, leugens en seksuele escapades. De man die hem wist te raken, heet Massimo Tartaglia. Die naam zal waarschijnlijk over een aantal weken zijn vergeten. De vraag is dan ook of hij uit was op eeuwige roem. Waarschijnlijk was hij gewoon boos en verward. Al wist hij die emoties wel lang vast te houden; volgens ministers van Berlusconi’s regeing scheen de man al de hele dag rustig op dat plein in Milaan te hebben gewacht op het juiste moment. De dom van Milaan heeft bijzonder veel torens. Sommige replica’s hebben afgestompte torenspitsen, sommige zijn scherp. Tartaglia moet voor de laatste variant hebben gekozen

Zou dan misschien de Iraakse journalist, Muntazer al-Zaidi, in ons geheugen gegrift blijven? Zijn daad richting George Bush op 14 december 2008 (het gooien van zijn schoenen) kreeg onlangs een opmerkelijk vervolg. Een asielzoeker in Parijs richtte dit maal zijn schoenen op Al-Zaidi, gepaard met de boodschap dat die voor een dictatuur zou werken. Op vrijwel identieke wijze ontweek hij dit maal zelf de schoenen. Een historische daad kan zich dus tegen je keren. Neem je publiek stelling in tegen iets of iemand, dan is de kans groot dat er ook weer stelling tegen jou wordt ingenomen. Vrijwel elke burger draagt schoenen. En een metalen beeldje van de Dom van Milaan kost vijftien euro.

Al-Zaidi had en heeft geen spijt van zijn daad. Massimo Tartaglia betuigde wel zijn spijt. Hij schreef al daags na zijn aanval een brief aan Berlusconi, waarin hij zijn eigen daad afdeed als ‘oppervlakkig, laf en ondoordacht’. Dat klinkt mooi en verzoenend, al kun je het ook anders opvatten. ‘Oppervlakkig’ zou kunnen wijzen op de betrekkelijk lichte verwondingen van de Italiaanse premier. ‘Laf’ op het feit dat Tartaglia een metalen beeldje gebruikte in plaats van zijn eigen handen. En ‘ondoordacht’ zou ook kunnen betekenen dat hij het allemaal liever wat serieuzer had aangepakt. Een spijtbetuiging? Of viel het resultaat hem gewoon wat tegen? Misschien is Berlusconi er nog wel heel genadig af gekomen.

Dit is deel 2 van een drieluik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *