Niet vergeten willen worden, deel 1

Enigszins schokkend waren de beelden toch wel. Niet alleen vanwege zijn verwondingen, maar vooral ook vanwege de hysterische sfeer rondom de situatie. Als een Nederlands staatsman dit zou overkomen, weet je vrijwel zeker dat hij zo snel mogelijk de luwte op zou zoeken, en de orde zou laten herstellen. Maar Berlusconi is een Italiaan.

En ook nog eens een Italiaan die onder vuur ligt.  Dus schokkend was hoe hij zich aan zijn eigen beveiligers ontworstelde en zich weer boven de mensen wilde hijsen, om te laten zien wat hem was overkomen. Om aan de spiegel die publiek heet, te proeven hoe ernstig het was. Om in het nieuws te komen, en om maar niet vergeten te worden. De volgende ochtend in het ziekenhuis vroeg hij onmiddelijk om de kranten.

Zijn houding past bij het politieke klimaat in Italië. Vergeten gaat daar moeizaam. Politici proberen eindeloos op het pluche te blijven zitten, status en langdurige (liefst eeuwige) macht zijn belangrijker dan zorgvuldig werk of een oprecht leven. Berlusconi, een man van 73, lijkt het als zijn belangrijkste taak te beschouwen om de wereld te kunnen laten zien dat hij nog steeds ballen heeft – wat natuurlijk een enigszins pijnlijk gegeven is, als blijkt dat hij dat libido zelfs toepast op meisjes die zijn kleindochters hadden kunnen zijn. Hoe dan ook, je mannelijkheid tonen is belangrijker dan zo betrouwbaar mogelijk je beroep als premier uitoefenen.

Dus wilde hij zich wederom die Sterke Man tonen tijdens een publiek optreden afgelopen zondag. Al langere tijd worden met steeds grotere regelmaat demonstraties tegen hem georganiseerd, vanwege de vele verdenkingen richting hem, rondom corruptie, banden met de maffia en seksschandalen. Onder het Milanese publiek bevond zich ook zondag weer een groep demonstranten, die hem uitmaakten voor clown en zijn aftreden eisten. De zelfverklaarde Grote Italiaan van 73 met nog immer actieve ballen liet niet over zich heen lopen, en diende de boze burgers van repliek. Die repliek kwam er vrij vertaald op neer dat ze een stelletje schreeuwlelijkerds zijn waar het land zich voor moet schamen, en dat ie zich altijd tegen hun zal blijven verzetten. Al kun je geen woord Italiaans, dat ie aan het vloeken en tieren is, begrijp je meteen.

Dat zeg je dus tegen je eigen burgers. Zie je al voor je dat Balkenende zo’n toespraak op, zeg eens, het Malieveld zou houden? In wat voor democratie leef je als je met tienduizenden de straat op gaat om te protesteren tegen je eigen premier, die vervolgens julle allemaal uitmaakt voor een bende schreeuwende niksnnutten die vooral genegeerd mogen worden?

Tsja, en een paar minuten later krijg je dan een beeldje tegen je hoofd. Helemaal onlogisch is het niet. Het hing al langer in de lucht. Heel veel mensen in Italië zijn boos op één man. En die boosheid vindt een keer een uitweg. Hoeveel geld een mens ook heeft of hoe belangrijk hij ook is, hij blijft een mens, en op een kleine planeet als de onze is die mens altijd wel fysiek te bereiken. Ook Berlusconi.

En hoe kwetsbaar hij eigenlijk was, leek ook, misschien heel even, tot hemzelf door te dringen. Heel even besefte hij: als al die beveiligers nu wegvielen, zou het wel eens mijn einde kunnen zijn.

Lang duurde dit besef niet. Al snel gonsde het weer door zijn hoofd: Silvio, jij bent de Grote Man! Toon het volk waar het recht op heeft: de schokkende aanblik van je verwondingen. Opdat je maar nooit vergeten zult worden.

Dit is deel 1 van een drieluik.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *