Over de Dichter des Vaderlands

Toen ik begreep dat Ramsey Nasr gisteren zou spreken op het Malieveld, was ik bang voor een poëtische preek voor eigen parochie. Nasr wist de smalle horizon toch te verbreden, maar bereikt de Dichter des Vaderlands ook de Nederlanders die daar niet stonden?

Ik heb altijd een hoge dunk van de dichter Ramsey Nasr gehad. Een krachtig, kleurrijk, melodieus dichter, sprankelend literair en soms ronduit intimiderend in zijn voordrachten. De rol van Dichter des Vaderlands zou hij met verve kunnen vervullen, zo dacht ik, en ik was dan ook blij met zijn uitverkiezing in 2009.

Ondanks dat wat ik sindsdien van hem las af en toe erg mooi, raak en terecht was, begon de teleurstelling voor mij tijdens zijn bijdrage aan die beruchte “Schreeuw om cultuur” tv-avond, 22 november vorig jaar. Nasr maakte eerst de regering uit voor “barbaren”, waarna hij zijn gedicht ten gehore bracht.

“Een weinig constructief gedicht” noemde Bart Nijman het in een zeer rake beschouwing van die avond op website DeJaap.nl. Zo ervaarde ik het ook. In zichzelf gekeerd, veel te archaïsch voor een tv-moment waarop je als Dichter jouw Vaderland kan toespreken. Dit gold voor de hele avond. Schreeuwerig, potsierlijk, zichzelf op de borst kloppend – de gevestigde kunst bewees de basis een erg slechte dienst.

Sindsdien is de publieke opinie rondom de kunstsector er niet beter op geworden. Met gevoelsmatig beperkt maatschappelijk draagvlak trokken de kunstenaars van afgelopen zondag in de ‘Mars der Beschaving’ naar Den Haag. Moedig vond ik dat, en terecht als je gelooft in wat je doet en wat je maakt. Zelf was ik er om verschillende redenen niet bij. Ik twijfelde, en vond o.a. een bevestiging van die twijfel in het stuk van cabaretier Jasper van Kuijk. Ik voel mij mede aangesproken als hij betoogt dat kunstenaars meer hebben aan een mentaliteitsverandering dan aan extra geld. Ook ik heb daar stappen in te zetten, en niet stappen in een mars naar Den Haag.

Op het Malieveld gisteren was de Dichter des Vaderlands er weer. En hij trok weer van leer. Dit keer was staatssecretaris Zijlstra een ‘onderknuppel’ en een ‘ork’, en premier Rutte verweet hij de weg terug naar een samenleving van apen en een ‘raszuivere natie’. Natuurlijk werd er instemmend gejoeld.

Ik vind dat jammer, pijnlijk. Nasr verwoordde de woede van één kant van de samenleving, en dat was het dan.

Nee, Ramsey Nasr doet in principe niets fout. De Dichter des Vaderlands heeft geen vastgelegde functie. Hij is ambassadeur van de poëzie en moet minstens vier keer per jaar een gedicht in NRC plaatsen over een belangrijke (inter)nationale gebeurtenis. Verder mag hij doen en laten wat hij wil, en Nasr neemt die vrijheid. Hij doet wat hem goeddunkt. Hij profileert zich heel sterk tegen de bezuinigingen op kunst en cultuur en schuwt daarbij de harde woorden niet. Journalist Kustaw Bessems vroeg zich op Twitter af hoe het zou zijn om een gezamenlijke cursus speechschrijven van Nasr en PVV-ideoloog Martin Bosma te krijgen. En toen ik las over die ‘dieptepunten’ van zijn speech op het Malieveld gisteren, leek mijn vooroordeel dus bevestigd te worden. De Dichter des Vaderlands is er niet voor alle Vaderlanders, hij heeft al lang geleden een kant gekozen, namelijk die van de demonstranten die Zijlstra vergeleken met Eichmann en Hitler. Hij bestrijdt populisme met populisme.

De titel Dichter des Vaderlands impliceert voor mij iets anders.

Je bent niet alleen Dichter van de Poëzie of Dichter van de Kunsten, je bent Dichter des Vaderlands. Dat zou iets overstijgends kunnen zijn: dat je boven de politieke waan van de dag staat en boven de publieke opinie, en dat je tot het uiterste probeert om jouw taal een verbinding te laten zijn tussen groepen mensen die uit elkaar dreigen te groeien. Dat je probeert te troosten, te laten begrijpen, en te laten zien dat je niet zomaar een kant kiest, maar de situatie plaatst binnen een tijdsgewricht, en binnen dat wat inwoners van jouw land bezighoudt – alle inwoners, dus niet alleen die waar jij het mee eens bent.

En het leek of Nasr dit tijdens het schrijven van zijn betoog, zelf ook begon te beseffen.

Vlak voor zijn slot nam hij vrij plotseling ook de harde bezuinigingen op andere fronten in de samenleving op de korrel, en verwoordde een woede richting onoprechte, liegende politici, die collectief de bevolking zouden verraden.

“Geen van onze politieke leiders vertoont oprechtheid. Geen van hen vertoont de moed boven zichzelf uit te stijgen en keuzes te maken in het belang van een land.”

En daar raakt hij iets, waar hij verder in had mogen gaan. Zijn kritiek op een gebrek aan oprechtheid bij onze politieke leiders, is treffend en had van mij niet alleen de machthebbers hoeven te raken, maar ook de oppositieleiders. Voor het eerst sinds ik mag stemmen, voel ik een enorm gebrek aan vertrouwen in mijn volksvertegenwoordigers, en ik ben niet de enige.

“Het gaat vandaag niet om links of rechts. Het gaat niet om de elite of de burger. Wij staan hier als vertegenwoordigers van een land dat wordt belogen.”

En daar raakt de Dichter des Vaderlands voor mijn gevoel dan voor het eerst aan zijn ware roeping. Een geluid laten horen dat de stem van de bevolking vangt, ook als dat een gefragmenteerde stem is. En op die manier proberen om van beide kanten begrip voor elkaar te creëren, zowel voor kunstminnend als kunsthatend Nederland. Al is bovengenoemde natuurlijk alleen nog maar collectieve woede. Er moet meer zijn dan dat!

Meneer Nasr, Dichter des Vaderlands, ga op zoek naar een toon die Nederlanders samenbindt, juist nu het zo hard nodig is. Als u die toon uiteindelijk toch niet vindt, is dat niet erg, als die openlijke zoektocht er maar is en blijft. En laat de apen, de orks en de nazi’s dan maar thuis, alstublieft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *