Poëzie

Stoeprand

Als vanzelf begreep ik het
na jaren wachten en kijken
was er iets voorbij, de vrijheid werd
geroepen, door hongerstemmen overal
om me heen. Alles en iedereen
schreeuwde, danste, dankte God of het lot en
overal openden ogen,
wijd open ogen.

Meisjes lachten en staarden naar soldaten,
die brachten daglicht, je kon alles weer
verblindend zien, ik zag mezelf:
nog altijd bang,
en de levens die verloren en
hervonden waren, de ene die voorgoed verdween,
de ander die terugkwam naar het scheen – ik zag
en ik nam het waar, maar
voelde het niet.

Wat ik wel voelde:
de stilte na een granaat,
een eenzaam luchtalarm om half 4 in de ochtend,
een man, geraakt,
in het grind gevallen en achtergelaten
en langzaam sterft zijn stem
in as en brokstukken.

Ooit lagen er groene grastapijten in mijn hoofd.
Ooit komen ze terug.
Maar dit hier was mijn angst. Het waren jaren.

En aan de overkant staat hij.
Hij praat met zijn ogen naar mij,
hij zegt me dat dit altijd zo zal blijven:
de tijd begint opnieuw, en spijt
zal mensen altijd blijven leiden.
Er is maar één verlichting,
dat ben jij, zegt hij.
Dat ben jij, en wij blijven staan,
bestaan
soms onder-
en soms bovenaan de tijd.

Meer poëzie beschikbaar als PDF. Download hier.

Comments are closed, but trackbacks and pingbacks are open.